Het kabinet heeft om een sluitende begroting te krijgen, op het laatste moment een fiscale maatregel genomen die eenmalig 1,8 miljard euro moet opleveren. Structureel levert de maatregel 50 miljoen per jaar op.

Door de maatregel moeten directeuren-grootaandeelhouders met een schuld bij hun eigen bv, over bedragen boven de 500.000 euro belasting gaan betalen. Het kabinet ziet vanaf 2022 dat bedrag niet als schuld waarover geen belasting betaald hoeft te worden, maar als winstuitkering. En omdat de belastingheffingen op winsten vanaf 2020 stapsgewijs omhoog gaan, verwacht het ministerie van Financiën dat directeuren-grootaandeelhouders volgend jaar al hun verlies nemen. De maatregel staat in de Miljoenennota en was volgens het ministerie nodig omdat in het regeerakkoord afspraken zijn gemaakt over lastenverlichting. "Maar sindsdien heeft het kabinet aan de inkomstenkant te maken gehad met tegenvallers", zegt een woordvoerder. Zo bleek de afschaffing van de dividendbelasting 500 miljoen euro duurder uit te pakken dan aanvankelijk gedacht. "Die 50 miljoen per jaar vangt een deel van die tegenvaller op", zegt het ministerie.

Eenmalig gedragseffect
De extra 1,8 miljard die voor volgend jaar wordt verwacht noemt het ministerie een "te verwachten gedragseffect" omdat het eenmalig tot extra belastinginkomsten leidt. Het ministerie denkt dat veel directeuren-grootaandeelhouders hun schuld aflossen voor de heffing ingaat. 

In de praktijk gebeurt het regelmatig dat een directeur-grootaandeelhouder in een zogenoemde rekening-courant geld opneemt van de besloten vennootschap. Als dat gebeurt, ontstaat er een schuld van de directeur-grootaandeelhouder aan de bv. De bv heeft dus een vordering op de aandeelhouder, waar die op zijn beurt nog geen belasting over hoeft te betalen.

De impact van het voorstel zal voor veel ondernemingen/dga’s enorm zijn.